James Bond en autoachtervolgingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al vanaf de allereerste Bondfilm, waarin 007 in een Sunbeam Alpine zijn achtervolgers afschudt, tot de meest recente Bondfilm waarin onze held zijn Aston Martin op de bodem van de Tiber parkeert. De filmmakers hebben ons inmiddels allerlei varianten op de autoachtervolging voorgeschoteld.
Een achtervolging te voet, op de motor, in een helikopter, hovercraft of tank. We hebben het inmiddels allemaal gezien. Maar terug naar ‘de moeder der achtervolgingen’: the car chase. Want wat maakt een autoachtervolging nou een goede autoachtervolging?
Dat heeft natuurlijk in grote mate met je persoonlijke smaak te maken. Veel autoachtervolgingen, in zowel de filmwereld van James Bond als daarbuiten, hebben echter een aantal overeenkomsten. De wetten van een autoachtervolging. Denk daarbij aan niet-statische camerashots, opzwepende muziek en een geluidscollage van grommende motoren en piepende banden.

Onlangs was ik onderweg vanuit Amsterdam naar mijn thuisbasis Eindhoven. Niet in een Aston Martin maar in mijn oerbrave Peugeot 308. De kilometerteller tikte netjes de maximumsnelheid aan en voor zover ik kon zien werd ik niet achtervolgd door drie blinde muizen in een lijkwagen. Het enige wat ik gemeen had met een achtervolging in een Bondfilm was de opjagende John Barry sound uit mijn speakers.
Terwijl ik daar reed passeerde enkele Bond autoachtervolgingen in mijn gedachten de revue. In het bijzonder de car chases uit de Daniel Craig films hielden mij bezig. Tot dusver hebben we twee autoachtervolgingen gezien in de Craig films (ik tel de korte scène waarin de Aston Martin over de kop vliegt in Casino Royale niet mee).
Ten eerste hebben we de openingsscène van Quantum of Solace waarin 007 in zijn Aston Martin door Italië scheurt en probeert een achtervolger af te schudden. En ten tweede hebben we de scène in Spectre waarin 007….in zijn Aston Martin door Italië scheurt en probeert een achtervolger af te schudden. “Original,” zou Pierce Brosnan zeggen.
De overeenkomsten tussen de autoachtervolgingen uit Craig’s tweede en vierde Bondfilm houden daar echter op. Op andere vlakken lijken deze scènes in de verste verte niet op elkaar. Dat begint al bij het camera- en montagewerk. Waar Quantum of Solace (met zo’n beetje geen enkel shot langer dan twee seconden) een aanslag op je netvlies is, krijgen we in Spectre mooi gestileerde shots van nachtelijk Rome voorgeschoteld.
De nadruk bij de autoachtervolging in QoS ligt op chaos en adrenaline, in SP kiest men voor schoonheid en (deels) humor. Overigens duurt de autoachtervolging in SP ook twee keer zo lang als die van QoS. Tot slot bevat de dienstauto van Bond in QoS geen gadgets, in SP is de wagen “fully loaded”.
Kent een 007 autoachtervolging ook dezelfde wetten als elke andere autoachtervolging? Nee, volgens mij niet. Een autoachtervolging in een Bondfilm moet iets extra’s hebben. Daarmee bedoel ik de gadgets. Jaarlijks verschijnen er genoeg actiefilms met een doorsnee autoachtervolging. Bij een Bondfilm wil ik iets méér, iets extra’s. Iets ‘quintessential Bond’ zoals die Britten dat zo mooi noemen.
De autoachtervolgingen in QoS en SP hebben beiden hun kwaliteiten maar aan allebei ontbreekt ook iets. QoS is rauw en realistisch, maar mist datgene wat een Bond autoachtervolging zo uniek maakt. En SP haalt de spanning volledig weg door halverwege de achtervolging Bond doodleuk een telefoongesprek met Moneypenny te laten voeren.
Dan zie ik liever de autoachtervolgingen in The Spy Who Loved Me, The Living Daylights of persoonlijke favoriet: de doldwaze BMW actiescène in Tomorrow Never Dies. Laatstgenoemde weet een perfecte balans te vinden tussen actie, spanning, humor en absurditeit. Voeg daar een killer-score van David Arnold en Proppellorheads aan toe en je hebt een ‘quintessential Bond car chase’.



Geef een reactie