We rollen bijna de top tien in. Maar niet voordat we Jamaica en Afghanistan hebben bezocht. Jamesbond.nl heeft de stemmen geteld en de resultaten liggen klaar! Waarom moesten de volgende films wel of juist niet zo laag/hoog eindigen. Veel leesplezier komende feestdagen met de resultaten van de #JamesBondTOP2018!

De 12e plaats, Doctor No, 1962 (12th place)
De film waarmee het allemaal begon. Want laten we wel wezen: zonder Albert R. Broccoli en Harry Saltzman was James Bond waarschijnlijk een literair personage gebleven waar de meesten van ons vandaag de dag nog nooit van hadden gehoord. Het producenten-duo wist een getalenteerde crew om zich heen te verzamelen en maakte van Dr. No een film die zijn tijd ver vooruit was.

Voor de rol van James Bond werd de onbekende Schotse acteur Sean Connery gecast. Ian Fleming was hier niet blij mee en noemde Connery ‘die rauwe vrachtwagenchauffeur’. Regisseur Terence Young nam de ruwe diamant Connery onder zijn hoede en maakte hem vertrouwd met de upper class wereld van 007. Juist de onverwachte casting van Sean ‘ruwe bolster blanke pit’ Connery als de Britse geheim agent zorgde voor een vertolking van een held die het bioscooppubliek begin jaren zestig nog niet kende.
Dr. No bevat al veel elementen die we nu als typisch 007 zien. Een adembenemende Bond girl, een angstaanjagende Bond schurk, romantische locaties, fantasierijke sets, rauwe actie….Dr. No heeft het allemaal. In Dr. No is Bond meer politieagent dan spion. De eerste helft van de film voelt dan ook meer als een detective thriller. De film voelt nog minder “formule-achtig” als sommige andere Bond films. Logisch, de formule moest nog worden uitgedokterd. Vandaar wellicht deze 12e plaats.


De 11e plaats, The Living Daylights 1987 (11th place)
‘Hè wat jammer nou’ zullen ongetwijfeld enkele lezers denken. Deze Bond-film verdiende de TOP 10-notering wellicht nog meer dan de voorgaande geklasseerde Bond-films. Ware het niet dat het publiek spreekt, en dat publiek vindt dat The Living Daylights niet een echte top-klassering verdient. Met 773 punten hurkt Dalton’s eerste Bond-film nog wel dicht aan tegen de TOP 10.

Ligt het aan Dalton zijn vertolking als geheim agent 007? Is het verhaal iets teveel een middelmatig sterk afkooksel van From Russia With Love uit 1963? Komt Bond-girl Maryam D’Abo overtuigend genoeg over? Is het verstandig om wederom een schurken-duo aan het roer te laten van het smerige, maar ook niet super-smerige, schurkenplot?
Wat wél werkt aan The Living Daylights is het feit dat de film verfrissend afsteekt ten opzichte van zijn voorganger (A View To A Kill, 1985). Timothy Dalton oogt jong en fris (genoeg) na Roger Moore. Voeg daaraan toe een vleugje realisme en een wat meer ijzige versie van 007 en The Living Daylights kan met recht één der sterkste Bond-films van de jaren ’80 genoemd worden. Helaas durfden producer Albert Broccoli en regisseur John Glen nét niet wat verder te gaan dan al die ‘kleine beetjes’. Michael Wilson zei destijds in The Making Of documentaire op BluRay, dat ze nog veel verder wilden experimenteren en van Bond pas écht een blunt instrument wilden maken. Dát ging ze te ver. en binnen de overkoepelende ‘paraplu van Britishness’ lukte dat al helemaal niet bij Dalton’s 2e film.




Geef een reactie