In deze serie kijk ik naar de financiën van de Bond-machine. Waarom is het anno 2019 hoog tijd voor radicale, onder Bond puristen nu nog ondenkbare, veranderingen in de bedrijfsvoering van de oudste blockbuster-franchise? Vandaag deel 2.

Andere financiële indicatoren
We eindigden deel 1 met de Return On Investment (ROI) van verschillende films en de James Bond-films: de kosten voor het maken en in de bioscopen brengen van de films. Natuurlijk dienen ook andere factoren in ogenschouw genomen te worden. Denk daarbij aan de complexe juridische opbouw van het merk James Bond -sinds alle herstructureringen binnen MGM heeft het bedrijf geen distributie/marketing-tak meer en moet er altijd een derde partij ingeschakeld worden- en meer negatieve indicatoren komen dan bovendrijven. Zo heeft de vorige distributeur en marketing investeerder Sony Pictures erg weinig winstaandeel kunnen bijschrijven op z’n bankrekening. De Bond producers Barbara Broccoli en Michael G. Wilson zijn niet over één nacht ijs gegaan met onderhandelingen in het Danjaq kantoor in Santa Monica: Sony zou per film hooguit 25% van de winst krijgen van elke gemaakte Bond-film, terwijl ze wel moesten instaan voor ongeveer de helft van alle investeringen (met name distributie en marketing). Dat is dus $880 miljoen – $500 miljoen (productie, marketing en distributie): vier (25% voor Sony) = $ 95 miljoen winst voor Sony (!!)*.
Het is te begrijpen dat opvolger Universal Pictures veel stevigere voorwaarden op de onderhandelingstafel heeft gelegd. Zo is er tussen enerzijds Universal en anderzijds MGM/EON Productions geen distributie- en marketingdeal voor meerdere Bond-films afgesloten. Universal houdt het vooralsnog bij één Bond-film, en geef ze eens geen ongelijk. Men ziet al wat van deze voorzichtigheid terug in de promotie van de 25e Bond-film, No Time To Die. Zo gaat deze vooralsnog nog niet hand in hand met de promotie van de Fast & Furious-franchise (er is vooralsnog geen teaser trailer voor No Time To Die als tie-in met Hobbs & Shaw verschenen, iets dat in 2015 wel het geval was met SPECTRE; een teaser verscheen al 8 maanden voorafgaande aan de première van SPECTRE). Ook het recente nieuws dat Megan Ellison’s Annapurna Pictures waarschijnlijk een nieuwe kapitaalinjectie van miljardairspapa Larry Ellison nodig heeft, of erger, alsnog faillissement moet aanvragen, zal bij Universal Pictures voor extra voorzichtigheid zorgen (Annapurna doet samen met MGM de marketing en distributie in Noord-Amerika van de komende Bond-film middels de joint venture United Artists Releasing **).

Bond als status-merk en sponsor-machine
Tegen al deze financiële argumenten kan men inbrengen dat de Bond franchise bovenal een status-merk is waar veel andere blue chip-bedrijven mee geassocieerd willen worden. Voor Sony straalde de associatie met het merk Bond natuurlijk uit op andere door Sony geproduceerde films (trailer tie-in’s bijvoorbeeld). Maar het zijn uiteindelijk de lucratieve sponsorcontracten *** met Heineken, Gillette, Red Bull Racing, Aston Martin, de Olympische Spelen, Orlebar Brown, Omega Horloges, Bollinger en Tom Ford die buiten de Bond-films om veel extra geld in het laatje brengen.

Los van alle marketing-, distributie- en productiekosten die gemoeid zijn met een Bond-film, zijn deze sponsoropbrengsten per film gemiddeld genomen zo’n $208 miljoen. Een belangrijke extra bijkomstigheid dus, die vooral terug te herleiden is naar al die decennia van naamsbekendheid die de Bond-franchise heeft weten op te bouwen.
Maar ook aan deze relatief bestendige inkomstenbron kleven haken en ogen. Zo weet Marvel inmiddels ook goed om te gaan met sponsorcontracten. Merken als Audi, Sony, Coca-Cola en Lego zijn inmiddels vaste leveranciers voor Marvel. Maar het filmproductiebedrijf doet daar nog een schepje bovenop. Andermaal wordt rekening gehouden met de, vooral jonge, fans. In de voorwaarden van de afgesloten sponsorcontracten mogen de producten in de films dan ook nooit wrevel opwekken bij de fans, iets dat bijvoorbeeld nog weleens gebeurt als 007 weer eens ons eigen Nederlandse pils ligt te drinken.

Sponsorcontracten alleen kunnen de Bond-franchise niet helpen. Er is áltijd een film voor nodig. Of, in het Hollywood van nu, het liefst meerdere films per gegeven periode. Hoe minder Bond-films er verschijnen –momenteel eens per vier jaar– hoe minder jongelui anno nu in de bioscoop blootgesteld worden aan het merk Bond. Dat kan als gevolg hebben dat geheim agent 007 in het collectieve popcultuur-geheugen langzaamaan wat aan het verdwijnen is. Met die wetenschap kunnen de befaamde Bond-sponsorcontracten op de lange termijn minder lucratief worden.
Daar komt nog bij dat in het geval van de Bond-franchise de opbrengsten van deze sponsordeals niet rechtstreeks naar de filmbedrijven gaan die instaan voor globale marketing- en distributie. In het geval van Bond kan Universal Pictures dus nu al fluiten naar al dat moois wat Omega en Heineken te bieden hebben. Deze opbrengsten belanden namelijk veelal rechtstreeks in de kas van EON Productions Ltd., de eigenlijk productiemaatschappij. De opbrengsten van Marvel-sponsorcontracten belanden wél rechtstreeks in het laatje van Marvel Entertainment, en dus Disney.
* bron: The Observer: Is the James Bond Franchise Actually a Moneymaker? (21 januari 2019)
** bron: Deadline: Annapurna Bailout By Larry Ellison Likely As Chapter 11 Looms For Megan Ellison’s Oscar-Winning Studio (7 august 2019)
**** bron: Reuters: New Bond “Spectre” is money spinner for sponsors too (28 oktober 2015)
De Boekhouders van Bond (Deel 1)
De Boekhouders van Bond (Deel 3)









Geef een reactie